“Iedereen houdt zijn rol bij kerkenvisie” – interview met directeur Restauratiefonds

16/11/2018

Na afloop van de presentatie nationale Kerkenaanpak in de Stevenskerk in Nijmegen, sprak Kerkmagazine met Kees-Jan Dosker, directeur van het Nationaal Restauratiefonds.

Door: Marco van de Wetering | Beeld: Nationaal Restauratiefonds

€ 13,5 miljoen van de minister om kerkenvisies te ontwikkelen; dat gaat wel druk worden bij het Restauratiefonds de komende jaren!
Als het gaat om de kerkenaanpak gaan wij een belangrijke rol spelen. Zowel in het verschaffen van inzicht in welke regelingen er nou zijn op financieel gebied, als het delen en verspreiden van kennis. Want hoe kan je een kerk springlevend houden voor de toekomst?

Kees-Jan Dosker, directeur Nationaal Restauratiefonds

Er zijn wel meer organisaties die adviseren rond kerkenvisie. Die werken vaak niet samen, maar hebben wel de kennis in huis. Ziet u een rol weggelegd voor het Restauratiefonds om dat bij elkaar te brengen?
Wat we kunnen doen met onze organisatie in Amersfoort, waar ruim 50 mensen werken, dat we kerkelijke organisaties die informatie willen delen over de vraag ‘wat kun je nu doen met je kerkgebouw?’, met elkaar verbinden. Bijvoorbeeld via onze ErfgoedAcademie, die nu al een cursusdag speciaal voor kerkbesturen en kerkbeheerders organiseert. Wij merken dat daar behoefte aan is, want heel veel mensen zijn nu zelf het wiel aan het uitvinden.

Moeten beheerders en bestuurders van kerken die nog als zodanig in gebruik zijn, vrezen voor hun autonomie op het moment dat zij in het kader van kerkenvisie aankloppen bij bijv. het Restauratiefonds?
Nee, helemaal niet! Uiteindelijk blijven zij zelf aan het stuur zitten. Het is de bedoeling van de minister om het gesprek op gang te brengen tussen al die partijen tot en met omwonenden die iets willen of vragen hebben over de toekomst van een kerkgebouw. Maar iedereen behoudt zijn eigen rol, ook wij.
Het mooie van deze aanpak is dat iedereen zijn rol houdt, maar wel zoekt naar de verbinding. Je kunt niet elk probleem rond een kerk alleen maar daar oplossen. Vaak moet je kijken naar hoe dat past in een groter gebied.

In hoeverre is de kans op succes leidend bij het toekennen van financiële steun? Moet een kerk min of meer verplicht maar nevenfuncties accepteren?
Vanuit het Restauratiefonds zeg ik al jaren dat alleen maar het in stand houden van een stapel stenen met publiek geld geen zin heeft. Dan moet je er wel heel erg van overtuigd zijn dat je een publiek belang dient. Dus in principe gaan wij ervoor dat monumenten springlevend zijn, met een kerkelijke of andere functie, zodat het ook in de toekomst nog beleefd kan worden. Alleen dan is het mogelijk om zoveel mogelijk laagrentende financieringen in te leggen en waar nodig -als financiering niet mogelijk is-  te subsidiëren. Maar dan is het een keuze van gemeentelijke, provinciale of rijksoverheid om daar wel of niet geld in te stoppen. Het betaalt zichzelf terug als het groter publiek kan blijven genieten van wat het religieus erfgoed te bieden heeft.. Dat is een keuze.

Een mooi voorbeeld in het Zeeuws-Vlaamse Westdorpe. Daar staat een prachtig kerkje dat eigenlijk al was afgeschreven, totdat een ondernemer opstaat die zegt ‘Dat gaat toch niet gebeuren!’ Er was daar nog 4 ton beschikbaar voor een gemeenschapshuis dat veel onderhoud nodig had. De ondernemer zei: ‘Geef mij nu die 4 ton, dan zorg ik voor die gemeenschapsfunctie hier.’ Hij kreeg allerlei lokale organisaties en verenigingen mee. Alle kerkelijke symbolen zijn achter glas geplaatst, waardoor de sfeer van de kerk behouden bleef én het kerkgebouw was in gebruik. Bovendien betaalt het zichzelf terug, dat vind ik het mooiste.

Welke weg moeten kerken bewandelen binnen een kerkenaanpak?
Als het gaat om het spel tussen verschillende belanghebbenden dan moet het vooral eerst lokaal worden opgelost, met gemeente, omwonenden, de kerk zelf. En als het aankomt op financiering dan kunnen kerken zich zeker tot ons wenden. Daarin vervullen wij een landelijke rol , zodat niet iedereen het wiel zelf opnieuw hoeft uit te vinden.